top of page

Dit is waarom pubers jouw (correcte) argumenten niet horen

  • Foto van schrijver: Freek Stevens
    Freek Stevens
  • 58 minuten geleden
  • 5 minuten om te lezen

Waarom uitleggen aan pubers vaak te vroeg komt


“Ik heb het nochtans rustig uitgelegd.”

“Ik gaf goede argumenten.”

“Hij weet toch dat dit geen goed idee is?”


Veel ouders en professionals herkennen dit gevoel. Je blijft kalm, je probeert helder te verwoorden wat je bedoelt en je wil vooral helpen. Toch loopt het gesprek vast. Soms dooft het langzaam uit, soms escaleert het, soms eindigt het in zwijgen of een dichtslaande deur. Dat kan behoorlijk machteloos aanvoelen, zeker wanneer je het idee hebt dat je inhoudelijk gelijk hebt.


Volgens Peter Adriaenssens, auteur van De Flexgeneratie, ligt dat niet aan een gebrek aan inzet of betrokkenheid. En ook niet aan onwil van pubers. Het heeft alles te maken met hoe hun brein werkt en vooral met hoe dat brein nog volop in ontwikkeling is.



We praten tegen pubers alsof ze kleine volwassenen zijn


Wanneer gesprekken spannend worden, schakelen volwassenen bijna automatisch over op uitleg. We geven argumenten, leggen verbanden en wijzen op gevolgen op langere termijn. Dat voelt logisch, want zo werken (meestal) gesprekken tussen volwassenen. Alleen verwachten we daarmee iets van pubers wat hun brein op dat moment vaak nog niet kan waarmaken.


Bij pubers ontwikkelt de prefrontale cortex, het deel van het brein dat instaat voor plannen, relativeren en impulsen afremmen, trager dan het emotionele brein. De amygdala, die emoties zoals boosheid, angst en schaamte aanstuurt, reageert sneller en intenser. In emotioneel geladen situaties krijgt dat emotionele brein dus voorrang.


(lees verder onder de afbeelding)


rationeel versus emotioneel brein puber
Emotionele reacties worden sneller geactiveerd dan de hersengebieden die instaan voor plannen en remmen. In werkelijkheid werken deze systemen voortdurend samen.

Dat betekent dat pubers in zulke momenten minder toegang hebben tot nuance, redenering en zelfcontrole. Niet omdat ze dat weigeren, maar omdat hun brein letterlijk anders prioriteert.


Verwachten dat rationele uitleg dan meteen landt, is eigenlijk vragen dat ze functioneren als kleine volwassenen, terwijl ze dat neurologisch nog niet zijn.


Waarom uitleggen op het verkeerde moment niet landt


Wanneer een puber overspoeld wordt door emoties, zakt het rationele denken tijdelijk weg. Extra uitleg, hoe goed bedoeld ook, voelt dan niet als hulp maar als extra druk. Wat volwassenen ervaren als weerstand of koppigheid, is vaak een vorm van overbelasting.


Dat verklaart iets wat veel ouders herkennen. Na het conflict kan een puber soms verrassend helder benoemen wat er fout liep, wat hij anders had kunnen doen of waarom hij zo reageerde. Tijdens het conflict zelf leek dat totaal onmogelijk. De uitleg was dus niet verkeerd, maar ze kwam op een moment waarop het brein er nog niet klaar voor was.

In die zin komt uitleg vaak niet te laat, maar te vroeg.



Minder rationaliseren, meer reguleren


Onze eerste reflex is vaak om het nog eens beter uit te leggen, om nog duidelijker te zijn of sneller bij te sturen. Vanuit volwassen logica klopt dat. Alleen is dat niet wat pubers op zo’n moment het meest nodig hebben.


Wat wel helpt, is emotionele regulatie via de ander. Dat betekent dat wij als volwassenen eerst helpen om het emotionele systeem weer tot rust te brengen. Niet door alles los te laten of grenzen te schrappen, maar door te beseffen dat timing cruciaal is.


Adriaenssens verwoordt het treffend wanneer hij zegt dat pubers tijdelijk het volwassen brein van hun omgeving lenen. Onze rust helpt hun emoties te laten zakken. Onze nabijheid en voorspelbaarheid maken het opnieuw mogelijk om te denken en te reflecteren. Pas daarna ontstaat er ruimte voor gesprek en inzicht.



Wat werkt dan wel in gesprekken met pubers?


Dat vraagt geen ingewikkelde technieken, wel kleine maar bewuste verschuivingen in hoe we reageren. 


Benoemen

Vaak helpt het al om eerst te benoemen wat je ziet of aanvoelt, zonder meteen in te grijpen of te corrigeren. Door gevoelens te erkennen, hou je het contact open en zakt de spanning sneller. Je hoeft het gedrag daarmee niet goed te keuren, je zegt vooral: ik zie je, ik ben er, we raken hier wel door.


  • “Ik zie dat dit je echt kwaad maakt.”

  • “Klopt het dat dit jou heel verdrietig maakt?”

  • “Ik merk dat je dichtklapt, dit is precies te veel ineens.”

  • “Ik zie dat dit je boos maakt, we gaan eerst even pauze nemen.”

  • “Ik hoor dat dit belangrijk is voor jou, ook al begrijp ik het nog niet helemaal.”

  • “Het is oké dat je boos bent, het is niet oké om mij uit te schelden, we zoeken een andere manier.”


Bevragen

Vragen stellen kan helpen om te begrijpen, zolang het geen verdoken les is en geen verhoor. Open vragen nodigen uit tot delen, niet tot verdedigen. Als je voelt dat je puber in een hoek geduwd wordt, is de kans groot dat je een discussie krijgt in plaats van een gesprek. Het helpt ook om vragen klein te houden, zodat het haalbaar blijft om te antwoorden, zeker als de emoties nog hoog zitten.


Open vragen die vaak wél landen:

  • “Wat was het lastigste stuk voor jou net?”

  • “Wat had je van mij nodig op dat moment?”

  • “Wat maakt dit belangrijk voor jou?”

  • “Welke optie voelt voor jou nog een beetje haalbaar?”

  • “Wat wil je dat ik zeker begrijp?”

  • “Zullen we straks opnieuw proberen, als het rustiger is, wat zou helpen om dat te laten lukken?”


Vragen die vaak olie op het vuur gooien, en een zachtere variant:

  • Niet: “Waarom doe je nu zo?” 

    • Wel: “Wat gebeurt er vanbinnen bij jou op dit moment?”


  • Niet: “Zie je niet dat dit niet kan?” 

    • Wel: “Ik bots hier op een grens, hoe kunnen we dit oplossen zonder ruzie?”


  • Niet: “Wat denk je wel?” 

    • Wel: “Dit komt bij mij hard binnen, ik wil even pauze zodat ik rustig kan blijven.”



Stilte en weerstand

Daarnaast vraagt het soms moed om stiltes en weerstand te verdragen. Niet elk gesprek moet onmiddellijk afgerond worden, en dat is voor veel ouders moeilijk omdat je natuurlijk wil dat het weer goed komt. Soms is pauze nemen of even uit elkaar gaan precies wat nodig is om escalatie te voorkomen. Je kan die pauze expliciet maken, zodat het niet voelt als weglopen of afwijzen, maar als samen kiezen voor minder schade.


  • “Ik wil hier goed op reageren, maar nu gaat dat mij niet lukken. We nemen tien minuten en dan kom ik terug.”

  • “Ik merk dat we allebei harder gaan praten. We stoppen even, straks proberen we opnieuw.”

  • “Ik ga nu niet verder discussiëren, niet omdat het me niet kan schelen, maar omdat ik wil dat dit beter loopt.”

  • “Ik blijf in de buurt. Als jij klaar bent om te praten, ben ik er.”

  • “We moeten dit niet nu oplossen. We spreken af dat we er vanavond nog eens naar kijken.”


Uitleg en reflectie bewaar je best voor later, wanneer de emoties gezakt zijn en het rationele brein opnieuw beschikbaar is. Dan pas heeft uitleg echt kans om te blijven hangen, en dan kan je ook grenzen of afspraken bespreken zonder dat het meteen een strijd wordt. Een goeie truc is om die ‘later’-fase klein en concreet te maken, zodat het geen vaag dreigement wordt, maar een haalbaar moment.


Opvoeden is geen debat, maar timing


Praten met pubers is geen rationeel debat tussen gelijken. Het is een relationeel proces tussen een volwassen brein en een brein dat nog volop in verbouwing is. Dat vraagt minder overtuigen en meer verdragen, minder uitleg op het heetst van de strijd en meer vertrouwen in wat later kan groeien.


Je kan inhoudelijk gelijk hebben. En toch is het soms wijzer om even te wachten.

Dat is geen toegeven en geen zwakte. Het is opvoeden met oog voor ontwikkeling en met zicht op de lange termijn.

 
 
 

Wij schrijven niet alleen interessante teksten...

maar vertellen ook heel boeiende verhalen.

bottom of page