top of page

Wat 6.000 kinderen vertellen over hun schermgebruik - Apenstaartjaren onderzoek

  • 5 uur geleden
  • 5 minuten om te lezen

Je vraagt je af: Op welke leeftijd geef ik mijn kind een smartphone? Hoeveel schermtijd is te veel? Werken de afspraken die we thuis hebben gemaakt wel écht? Apenstaartjaren 2026 vroeg het niet aan jou, maar aan de kinderen en jongeren zelf. Meer dan 6.000 van hen. Wat ze terugzeggen, is soms verrassend, soms herkenbaar, en altijd bruikbaar.

Wat is Apenstaartjaren? 
Apenstaartjaren is het grootste tweejaarlijkse onderzoek naar mediagebruik en mediabezit bij kinderen, tieners en jongeren in Vlaanderen. De tiende editie (2026) bevroeg meer dan 6.000 deelnemers via een online vragenlijst en focusgroepen. 
Uitvoerders: Mediaraven, Mediawijs, imec-mict-UGent en Link in de Kabel.

Deze tiende editie van Apenstaartjaren is meteen ook de meest uitgebreide tot nu. We zetten de vijf meest relevante inzichten voor jou op een rij, met de cijfers erbij, en trekken de lijn door naar wat het betekent voor jullie thuis.


01 - De smartphone: kantelpunt op 11, connectiviteit op 12

De vraag die we het vaakst horen op ouderavonden is: op welke leeftijd is het normaal om een smartphone te geven? Apenstaartjaren geeft hierop geen eenduidig antwoord, maar wel een helder beeld op hoe andere ouders het je voordeden. Er zijn twee duidelijke kantelpunten.



Vanaf 11 jaar heeft de meerderheid (64%) van de kinderen een eigen smartphone. Vanaf 12 jaar heeft de meerderheid (69%) daarbij ook een data-abonnement. Vanaf 15 jaar heeft minimum negen op tien jongeren een eigen smartphone met volledige connectiviteit.


Wanneer krijgen kinderen hun eerste smartphone? - grafiek Apenstaartjaren

Wat ook opvalt: het eerste eigen toestel is lang niet altijd de smartphone. In de eerste graad lager onderwijs is de tablet het meest voorkomende eigen apparaat. De smartphone neemt pas de koppositie over in de derde graad van het lager onderwijs. Een eigen toestel wil bovendien niet automatisch zeggen: altijd en overal online. Het verschil tussen bezitten en connectiviteit hebben, is groter dan veel ouders vermoeden.

Een gedeeld gezinstoestel is iets anders dan een eigen smartphone. Een toestel zonder simkaart is iets anders dan volledige connectiviteit.

Een kind dat thuis op wifi kan, is iets anders dan een kind dat altijd en overal online is. Die drie stappen zijn elk een beslissing op zich, en dat gesprek begin je het best vóór het toestel er is, niet erna. Wie had dat gedacht? De bakstenen gsm is terug. Bij tieners bezit 17% er zo eentje (ondanks het stijgende smartphone bezit in de tweede graad van het lager onderwijs), bij jongeren is dat opvallend ook nog 10%.


02 - Regels thuis: er is een kloof tussen wat ouders denken en wat kinderen ervaren


Je hebt er over nagedacht. Geen smartphone aan tafel. De oplaadplek in de living, niet op de kamer. Hooguit een uur op een schoolavond. Er zijn afspraken, of toch iets wat daarop lijkt. Want wat jij als regel ervaart, ervaart je kind soms als loze lucht.

92% van de tieners in de derde graad lager onderwijs geeft aan dat er thuis regels zijn over mediagebruik. Dat is het hoogste punt in het onderzoek. Daarna daalt het gestaag: in de derde graad secundair heeft nog maar 61% regels thuis.


Schermregels thuis per leeftijdsgroep - grafiek Apenstaartjaren

Wat het onderzoek laat zien is ongemakkelijk simpel: de afspraken die ouders denken te hebben gemaakt, zijn niet altijd dezelfde afspraken die hun kind kent. Dat is geen kwestie van ongehoorzaamheid. Het is een kwestie van communicatie. Een regel die nooit hardop werd benoemd, is voor een kind geen regel.


Wat helpt: benoem de afspraak expliciet en check of je kind ze herkent. Niet "We hebben toch gezegd dat..." maar "Weet je nog wat wij hebben afgesproken over de smartphone na 10u?". Dat ene verschil in formulering maakt duidelijk of een regel echt geland is, of alleen in jouw hoofd bestaat.


Dat zeven op tien tieners de afspraken thuis goed vinden, is geen reden om het daarbij te laten, het is een uitnodiging. Jongeren zijn bereid om mee te denken over hun schermgebruik, als je ze daarin betrekt. Afspraken die samen worden gemaakt, worden vaker nageleefd dan regels die worden opgelegd. Niet omdat kinderen dan volgzamer zijn, maar omdat ze dan weten waarom. Ons eigen Digisaurus-smartphonecontract kan helpen dit euvel te voorkomen.

Iets anders dat ons opvalt: ouders van kinderen tussen 6 en 10 jaar maken vaker afspraken over wanneer en hoe lang dan over wat hun kind online doet. Een schermtijdlimiet instellen is concreet. Weten welke filmpjes je kind kijkt, met wie hij of zij praat, welke berichten er binnenkomen, dat vraagt een ander soort gesprek. Geen controle, maar nieuwsgierigheid. Die afspraken komen meer naar voor vanaf 11 jaar.


Regels werken niet door strenger te zijn. Ze werken door duidelijker te zijn. Duidelijkheid vraagt een gesprek, geen decreet.


03 - AI is geen experiment meer, het is dagelijkse realiteit

In 2024 had al 66% van de tieners en jongeren AI gebruikt, maar wekelijks gebruik was nog beperkt. In 2026 is dat wekelijks gebruik de norm geworden: 77% van de jongeren in het secundair gebruikt minstens wekelijks een AI-toepassing. Bij tieners in de derde graad lager ligt dat op 45%.


Ai-gebruik tieners vs. jongeren - grafiek Apenstaartjaren

Van de wekelijkse gebruikers doet 65% dit voor huiswerk. Bijna zeven op tien vertelt dit niet aan de leerkracht. ChatGPT staat bovenaan, gevolgd door Snapchat AI, Gemini en Copilot. Jongeren zijn er niet blind door: ze zeggen zelf dat AI hen lui kan maken, dat antwoorden niet altijd kloppen, dat je het kritisch moet bekijken. Die zelfreflectie bestaat naast een grote mate van automatisch vertrouwen in het eerste antwoord.


Voor thuis betekent dit: AI is geen taboe meer om over te praten. Het is een gereedschap dat je kind al gebruikt. De vraag is of jullie dat samen kunnen benoemen, en of je kind weet wanneer het klopt en wanneer niet.


04 - Het smartphoneverbod op school: de werkelijkheid is genuanceerder dan de discussie


Sinds september 2025 geldt een smartphoneverbod in het basisonderwijs en de eerste twee graden van het secundair. Apenstaartjaren toont een genuanceerder beeld dan de publieke discussie doorgaans suggereert.


Effecten van het smartphoneverbod op school - grafiek Apenstaartjaren

De voor- en nadelen houden elkaar in evenwicht, en dat is precies wat de grafiek laat zien.


Schermtijd verdwijnt niet door het verbod, ze verschuift.


05 - Jongeren reguleren zichzelf meer dan jij vermoedt

Dit is misschien het meest contra-intuïtieve inzicht van het rapport. Zes op tien jongeren doet tijdelijk iets om minder gestoord te worden door de smartphone. 38% legt zichzelf regels op over momenten van gebruik. Een op vijf probeert het gebruik structureel te verminderen.


maatregelen die jongeren zelf nemen om schermgebruik te beperken - grafiek Apenstaartjaren

Jongeren verwijderen apps, schakelen meldingen uit, gebruiken timers, maken afspraken met vrienden. Slechts drie op tien vindt de eigen pogingen effectief. Begeleiding blijft nodig, maar het vertrekpunt is er: de motivatie om anders om te gaan met schermen is aanwezig, ook zonder dat jij er expliciet om vraagt. Die zelfregulering groeit niet uit druk of verbod, maar uit ervaring en inzicht in het eigen gebruik.


Gespreksvragen voor thuis


  1. Op welk moment van de dag gebruik jij je smartphone het meest? Is dat anders op schooldagen dan in het weekend?

  2. Heb je ooit zelf beslist om een app te verwijderen of meldingen uit te zetten? Hoe was dat?

  3. Gebruik je ChatGPT of een andere AI voor school? Waarvoor precies, en weet je leerkracht dat?

  4. Wat vind jij zelf de grootste voor- en nadelen van het smartphoneverbod op school?


Veelgestelde vragen over Apenstaartjaren en schermtijd


Jongeren zijn geen passieve consumenten in een digitale wereld die hen overspoelt. Ze navigeren, experimenteren, twijfelen en passen bij. Ze doen dat soms goed, soms minder goed, en bijna altijd zonder dat jij het helemaal ziet. De vraag is niet of jij ze daarin kan buitensluiten. De vraag is of jij mee in dat water durft te staan. Lees het volledige onderzoeksrapport op: https://www.apenstaartjaren.be/


 
 
 

Opmerkingen


Wij schrijven niet alleen interessante teksten...

maar vertellen ook heel boeiende verhalen.

bottom of page